Columns

Stappenteller
 
Vol goede moed begonnen met een nieuw dieet. In combinatie met meer bewegen schijnt het te werken. Wars van balspelletjes en fitnessapparaten, besluit ik te gaan wandelen. Om mijn vorderingen bij te houden, koop ik een stappenteller.
Mijn eerste tocht leidt me bijna automatisch langs 2 begraafplaatsen. De eerste is een oudere, algemene begraafplaats. Aan beide kanten van het looppad bevinden zich familiegraven. Waarschijnlijk van leden van de gegoede burgerij, die hun sociale status etaleerden middels praalgraven. Daarachter ligt het ‘gewone volk’, in rijen zo dicht op elkaar dat ik me er soms letterlijk tussendoor moet wurmen.
Verderop zie ik recentere graven, in gelijke rijen, bedekt met graszoden en bijna identieke gedenkstenen. Hier kom ik voor het eerst andere bezoekers tegen, allemaal in hun eigen gedachten verzonken.
Ik steek het hoofdpad over en kom bij de kindergraafjes, veelal van begin vorige eeuw. Sommige zijn ‘opgesierd’ met kinderlijke beeldjes.
Het geheel maakt op mij een kille indruk, ik kan de angst voor de dood bijna voelen.
Ik zet de pas er stevig in en zet koers naar het andere kerkhof.
Dit grenst aan een kerk en wordt slechts door een open rasterwerk gescheiden van de weg. Meteen omarmt me een gevoel van rust. Ook hier zijn de graven bedekt met graszoden en zijn de gedenkstenen van dezelfde afmetingen. De doden liggen in halvemaancirkels of in rijen rondom bomen en struiken. De kindergraafjes zijn bezaaid met speelgoed, knuffels, foto’s en zelfs ledlampjes. Het lijkt haast uitbundig; alsof hier meer ruimte is voor het vieren van het leven dan puur en alleen voor het uiten van verdriet.
Het is een komen en gaan op deze begraafplaats met veel meer interactie tussen de bezoekers dan op het andere kerkhof. Hier en daar wordt zelfs gelachen.
Ik meng me in een gesprek tussen enkele bezoekers op een bankje en vraag hen of ze ook wel eens naar het andere kerkhof gaan. ‘Hier is het veel gezelliger’, giechelt een vrouw terwijl ze een hand voor haar mond slaat alsof ze zich verspreekt. Iedereen schiet in de lach en er wordt een beeld geschetst van het kerkhof als ontmoetingsplek.
‘Toen mijn vrouw pas was overleden, heb ik hier enorm veel steun gevonden bij lotgenoten’, vertrouwt een man ons toe. ‘En nu, 3 jaar later, kom ik nog steeds een paar keer per week. Het is net alsof ik nog samen met mijn vrouw nieuwe vrienden heb gemaakt. En soms kan ík nu anderen een hart onder de riem steken. Het voelt gewoon goed hier te zijn.’
 
Terwijl ik naar huis loop, besef ik dat ik vandaag een symbolische wandeling heb gemaakt langs de evolutie van onze kijk op de dood. De vroegere preoccupatie met het eigen verdriet maakt plaats voor doorgaan met het leven, ondanks de pijn van het verlies.
Mijn nieuwe stappenteller blijkt meer te kunnen tellen dan alleen voetstappen!
 
 
 
Jeannique Geurten

Delen: